Paice, Ian (UK)
ADAMS DRUMMERS FESTIVAL
ADAMS DRUMMERS FESTIVAL, 27 november 1998
ADAMS DRUMMERS FESTIVAL, 16 maart 2014
Ian Paice maakte zijn naam als drummer bij de baanbrekende heavy rock-band Deep Purple. Gedurende hun lange carrière, met talloze personeelswisselingen, is hij de enige drummer die de band ooit heeft gehad, spelend op een reeks miljoenenverkopende albums. Gedurende drie jaar midden jaren 70 was Deep Purple de grootste rockband ter wereld, een feit bewezen door hun platenverkopen.
Het is een feit dat het ritmesectie-element de hele ontwikkeling van heavy rock droeg en, samen met een paar anderen, kan Ian Paice claimen daar vooraan te hebben gestaan. Men zegt dat Deep Purple nieuwe normen stelde voor heavy rock bands en veel van die erkenning moet naar Ian, wiens stijl een van de meest invloedrijke in rock-drummen werd.
Ian nam van een vorige generatie rockdrummers het strakke, precieze spel en de heldere, cleane sound over van de besten van zijn voorgangers, maar voegde kracht, formidabele snelheid en techniek toe om een unieke stijl en sound te creëren die het beste van twee werelden gaf. Zijn fills op de single ‘Black Night’, die eind september 1970 op nummer 2 in de hitlijsten kwam, veroorzaakten problemen voor veel covers-bands die maar al te dankbaar moesten zijn dat Deep Purple niet meer singles uitbracht! (Luister naar het drummen op ‘Fireball’, ‘Burn’ of ‘Highway Star’ onder anderen).
Zonder twijfel heeft Ian Paice zijn plaats verzekerd in de hall of fame der drummers.
Toen DrumNet Ian interviewde, vierde Deep Purple de 30ste verjaardag van de groep en Ian was nog maar een maand verwijderd van zijn 50ste verjaardag. Van wat we zagen en leerden, heeft hij geen plannen om het rustiger aan te doen, noch met zijn drummen noch met zijn drukke schema!
Ian, wat inspireerde je er eerst toe om drummer te worden?
Nou eigenlijk was mijn eerste instrument de viool maar ik kwam er al snel achter dat het beter klonk als ik het sloeg dan als ik probeerde het te bespelen! Als kind werd ik net zozeer door het visuele als door het geluid getroffen. Ik begon oude Hollywood films te kijken waar iemand zoals (Gene) Krupa te zien was en ze deden iets glamoureus als omhoog door een drum slaan door heldere heads, en je zag hem spelen. Het leek het meest visuele instrument dat er was.
Dus op een zeer jonge leeftijd, ongeveer elf dacht ik, begon ik mijn eigen drums te maken – je weet wel, uit koekblikken en alles wat ik verder kon vinden dat een beetje rond was. Dat ging twee of drie jaar door, moeder’s breinaalden pikken en al de rest van de gebruikelijke dingen die kinderen doen.
Mijn vader was ook muzikant. Hij was pianist. Hij had zijn eigen kleine trio, of af en toe een kwintet. Voordat ik werd geboren was hij een professional en toen de familie kwam stopte hij en deed het alleen voor extra geld in het weekend. Toen hij zag dat ik niet ging stoppen kocht hij me mijn eerste drumstel. Ik was vijftien. Het was een rode glitter Gigster. Het kostte £ 32.12s.6d. (£ 32.63) – en het was het niet waard! Het had deze ouderwetse stemlugs die over de rand gingen en elke keer als je de snare drum probeerde te stemmen, omdat hij echte velumen heads had, knapten ze gewoon – ze braken! Dus je kon er niets aan doen behalve dat echte slordige bebop geluid hebben wat ik niet echt leuk vond.
En dat duurde een paar maanden en toen realiseerde hij zich dat ik er serieus mee bezig was en hij kocht me mijn eerste serieuze kit die een Premier in ‘Aquamarine Pearl’ was, een diepblauwe thing. Tegen die tijd begon ik veel naar de radio te luisteren, de dingen uit mijn generatie en net daarvoor. Alles wat ik daarvoor had geluisterd was de muziek van mijn vader – zonder geld kocht je geen platen. Hij speelde zijn spul de hele tijd. Ze waren allemaal swingdrummers en dus, hoewel ik toen van die muziek genoot en er nu nog steeds van geniet, luisterde ik er niet bewust naar. Maar die invloeden, die feels, waren altijd om me heen en toen ik begon te spelen kwamen ze eruit.
Tegen die tijd begon ik te kijken en luisteren naar de dingen van mijn generatie en ik dacht dat het beste uitziende drumstel Ringo Starr’s was, dus ik kreeg er een net als die. Het was een Ludwig in Black Oyster Pearl en toen, met Avedis Zildjian bekkens erop, kostte het ongeveer £ 450 wat een fortuin was. Ik moest een baantje nemen alleen om de huurkoop termijnen te betalen. Ik had die baan ongeveer een jaar en ik speelde met een lokale band covers. Dit was 1964 en ik was zestien. En dan, heel af en toe, botsten we op deze andere band die professioneel was – dat betekende niet veel, gewoon dat ze niet ‘s ochtends opstonden! Maar af en toe liep je tegen dezelfde gig aan dus leerde je elkaar kennen, en toen ik ongeveer zeventien was vertrok hun drummer en boden ze mij de gig aan. Het was de moeilijkste beslissing die ik ooit moest nemen.
Dus het was luisteren naar swingdrummers uit de generatie van je vader dat je aanvankelijk op gang bracht, maar wie waren de hedendaagse drummers die je luisterde en bewonderde?
Ja, er waren twee of drie drummers die ik in een andere klasse vond dan de rest. Eén was Bobby Elliott van The Hollies en één die net begon over te gaan in rockmuziek was Ginger Baker die daarvoor puur jazzspeler was. Dit was toen Cream bezig was, rond ’66 – ’67. En dan, als je naar Ginger begon te luisteren, luisterde je natuurlijk naar waar Ginger het vandaan haalde. En ik luisterde naar sommige van de Amerikaanse drummers zoals Bernard Purdie en Carmine (Appice) die wat Ginger deed namen en het weer omdraaiden. Dus er waren mensen in de buurt maar ze sloopten een beetje op je af omdat ze constant op elkaar botsten.
Andere drummers rond en net voor jouw tijd zouden mensen hebben omvat zoals Mitch Mitchell, Tony Meehan en Brian Bennett. Waren zij op enige manier invloedrijk?
Mitch ja en Tony Meehan had een geweldig gevoel. Wat hij deed op dingen zoals Diamonds en zo was simpel maar had een echt goede rock and roll feel. Ik vond Brian nooit zo, maar dat is gewoon persoonlijk. Ik denk dat Brian Bennett uit een veel meer jazzgebaseerde manier van spelen kwam – veel zachter – en niet die vuur had. Beiden waren echter net een beetje voor mijn tijd en de muziek was niet echt wat me interesseerde – dat instrumentale spul.
Het begon echt voor mij toen The Beatles muziek gingen maken. Wat iedereen ook zegt, zij waren de beste groep in Britse rock and roll. Ik weet niet of Ringo een goede solist was, ik denk niet dat hij ooit de kans had. Maar als je een feel zoals die hebt dan maakt het echt niet uit toch? Alles wat hij speelde was dood juist – en anders. Niemand heeft ooit dat geweldige 'slush' hi hat ding gespeeld zoals hij dat deed. Het was subliem – rommelig maar precies goed!
Pratend over originaliteit en terugkomend op je eigen spel, mensen discussiëren nog steeds over de intro van ‘Fireball’. Denk je dat je het verhaal erachter ooit nog eens kunt vertellen voor het record?
Wel het begon op één bass drum – de snelheid is niet zo moeilijk, het is niet zo snel (!) – maar je werkt gewoon op een zenuw en de kracht is onmogelijk met één bass drum. Je kunt niet de kracht krijgen, je trilt gewoon weg! We probeerden het zo te doen maar het gebeurde gewoon niet. De nacht ervoor had The Who daar opgenomen en Keith (Moon)’s kit was er nog. Dus trok ik gewoon een van zijn bass drums naast de mijne en deed precies hetzelfde deel. Ik heb nooit geprobeerd te verbergen dat ik twee bass drums gebruikte. En je hebt gelijk, zelfs na al die jaren zeggen mensen nog steeds ‘heb je het op één gedaan?’ – ik zou graag willen zeggen Ja! Je kunt het simuleren op één – het is vrij eenvoudig (!) gewoon een ding gebruiken waar, in plaats van te beginnen met de bass drum op de ‘one’, speel je de ‘and’ van elke beat. Met alles wat er verder gaande is denk je dat je de andere bass drum hoort – totdat iemand het met twee bass drums speelt dan weet je wat er ontbreekt!
Maar weet je, het is niet alleen een vraag van wie de beste chops heeft – soms is het bedenken wat te spelen het moeilijke deel. Spelen is meestal vrij eenvoudig, terwijl proberen het deel te vinden moeilijk is. Het is als proberen een song te schrijven – iedereen kan een song kopiëren – maar de man die de song schrijft, hij heeft het harde deel.
Gedurende het grootste deel van je jaren met Deep Purple is Ritchie Blackmore de gitarist geweest maar je hebt ook Tommy Bolin voor een korte tijd in de band gehad en daarna meer recent Steve Morse en Joe Satriani. Ik weet dat ze allemaal precies in de algehele stijl van de band vallen maar maken hun stilistische verschillen enige verschil voor jou als drummer?
Eerlijk gezegd – Nee. Alles wat ik ooit vraag is dat de man honderd procent presteert, en de mensen waar je het over hebt zijn allemaal geweldige spelers. Ja, ze spelen allemaal iets anders, maar als je een beest als Deep Purple hebt, wordt iedereen een beetje gedwongen in de manier van de band – je speelt op een bepaalde manier omdat de muziek zo gestructureerd is.
Gaat hetzelfde op voor de basspelers? Ik denk aan toen Roger (Glover) vertrok en werd vervangen door Glenn Hughes die een totaal ander type bassist was.
Ja, nou dat is een andere zaak. Glenn was een soort funk / soul basspeler en als drummer kan dat je veel minder ruimte laten. Er gebeurt zo veel meer dat misschien je de vrijheid niet hebt die je hebt met een echt solide rock and roll basspeler. Glenn zou niet willen doen wat Roger deed, hij zou interesse verliezen. Basis is hij een zanger die bass speelt. Ze zijn een ander ras, basspelers! Als je een goede vindt hebben ze dat geweldige talent dat ze aan de ene kant een zekere hoeveelheid techniek moeten hebben om weg te komen met sommige van die gekke riffs die ze gevraagd worden te spelen, dupliceren wat de gitarist doet. Maar tegelijkertijd moeten ze de goede smaak hebben om niet te willen laten zien dat ze het kunnen! En dat vereist veel terughoudendheid. Het is ok om iemand op een ‘top line’ instrument te hebben die rond flitst en iedereen mesmeriseert met vreemde noten, maar je wilt iemand op de bass die niets doet en het laat werken.
Heb je favoriete Deep Purple tracks of albums?
Favoriete tracks, Ja – en dat zijn over het algemeen die waar ik denk dat ik ok speelde. Er zijn bepaalde tracks waar ik weet dat de feel juist is en het spel ok was en er zijn geen stukken die ik wil overspreken! ‘Space Trucking’ op het Machine Head album was echt een behoorlijk leuke stuk spel en op het Tommy Bolin record (Come Taste The Band), ‘The Dealer’ heeft ook goed spel erop staan. Maar bijna elk record dat je maakt moet je tot op zekere hoogte compromissen sluiten. Je kon dit stukje of dat stukje fixen maar over het geheel gezien ga je het niet beter krijgen. Dus uiteindelijk moet je met dat soort dingen leven.
Wat is anders nu vergeleken met toen je begon te spelen en hoe voel je je over de veranderingen?
Terugkijkend, de vrijheid die we toen hadden om zoveel te doen. Je bent nu zo beperkt in de studio omdat bijna alles gedomineerd wordt door click tracks. Er is dit vreselijke criterium van moeten proberen om overeen te komen met een machine. En voor een drummer is het echt moeilijk. Je kunt elk modern record nemen dat je wilt en je kunt horen dat elke fill vierkant is. Er is geen swing in het geheel. Ongeacht hoe goed een speler je bent, wat dingen laat swingen is dat het niet totaal strikte tijd is – het beweegt, het duwt, het trekt. En we moeten daarmee omgaan omdat we nu muzikanten hebben die erop vertrouwen dat het strikte tijd is – die eigenlijk niet kunnen spelen naar iets dat rond beweegt. Als je teruggaat naar de jaren vijftig opnames en dingen zoals de Little Richard band hoort, de tempi zijn overal, maar ze doen het allemaal samen dus het maakt niet uit – het voelt gewoon geweldig. Die bands vertrouwden op het gevoel dat het goed was – niet perfect. Je kunt iets perfect krijgen en het zit daar gewoon als een stuk lood.
Je voelt dus echt dat we te veel verstrikt zijn geraakt in dit perfectie-ding?
Definitief. We betalen nu voor de jaren tachtig toen ‘Techno’ begon over te nemen en mensen geen drummers gebruikten – toen ze machines met simpele programmering gebruikten en het ding niet bewoog. Mensen raakten eraan gewend, maar het is niet hoe mensen spelen. Een ‘middle eight’ komt – je duwt erin, de verse komt – je trekt terug, iemand neemt een solo – je neemt een adempauze en trekt terug, dingen worden opwindend – je duwt vooruit. Die dingen zijn menselijke natuur.
En als je dat niet mag doen, kost het veel hard werk om te proberen de indruk te geven dat je het doet als je het niet doet. Je hebt een heel kleine, zeer beperkte ruimte binnen de metrische clicks, een deel daarvan is voor de click en een deel erachter, maar het is zo’n smalle band en je moet proberen de indruk te geven dat je erin duwt maar je doet eigenlijk niets. Het is heel moeilijk.
Is er iemand naar wie je nu luistert?
Wel er is nog steeds veel innovatie maar helaas gebeurt het niet in rock and roll. De meeste guys die nu spelen gaan voor het grote geluid. Het is zo technisch gegenereerd. Je hoort bijvoorbeeld geen grace notes, alles wat je hoort is de bass drum en snare drum. Ze kunnen geweldig klinken maar er is werkelijk niets gaande. En ook kun je niet vertellen wie speelt because als je die kleine bitjes eruit haalt neem je ook hun individualiteit weg. Je kon altijd vertellen of het Ginger (Baker) of John (Bonham) of Ringo (Starr) of Buddy (Rich) was. Al die guys hadden hun goede bits en hun slechte bits maar het waren hun bits.
Het is een echte schaamte voor drummers. Je kunt doorgaans nog steeds gitaristen van elkaar onderscheiden – je kunt zeggen, ‘Oh dat is Blackmore’ of ‘Ik denk dat dat Stevie Vai is’ enzovoort en uiteraard met een zanger kun je dat nog steeds doen maar bij drums nu is het heel moeilijk. Ze halen alle ziel eruit.
Dus, naar jouw mening, is Britse rockmuziek levend en in veilige handen?
Helaas denk ik van niet. Het is jammer dat in Engeland de industrie zo gedomineerd wordt door de media. In plaats van dat de platenmaatschappijen hun krachtige poot in het water steken en zeggen ‘dit is de richting voor rockmuziek in dit land’, laten ze mensen die kleding ontwerpen het doen. Je hebt wat vroeger A & R mannen voor de platenmaatschappijen werd genoemd die in de magazines kijken om te zien wat hip is!
Er lijkt geen originele gedachte meer te zijn because, in wezen, weten ze niets van muziek. Vermoedelijk denken ze dat ze weten hoe ze platen moeten verkopen, maar ik kan geen enkele Britse platenmaatschappij bedenken die in de laatste vijf, zes misschien zelfs tien jaar iemand heeft getekend die over tien jaar nog platen voor hen zal verkopen. Ik geloof niet dat Oasis bijvoorbeeld over vijf jaar nog platen zal verkopen en ik weet dat de Spice Girls dat niet zullen doen!
Wel mensen hebben al bijna dertig jaar de records van Deep Purple gekocht en ik heb het gevoel dat ze over tien jaar nog steeds verkopen
Ik hoop het zeker!

