Hoe werkt een dwarsfluit?
Wil je weten hoe een dwarsfluit of piccolo gebouwd zijn? Dan ben je hier aan het juiste adres. Op deze pagina bespreken we alle onderdelen van een dwarsfluit en wat hun functie is.
Ben je op zoek naar informatie over specifieke kleppen? Dan raden we je aan om onze pagina over kleppen en trillers erbij te pakken.
Wat is een dwarsfluit?
Een dwarsfluit is een rechte buis die je dwars naast je lichaam bespeelt. Het instrument bestaat uit drie delen:
- Kopstuk – conische boring, de speler blaast in/over het mondgat om de toon te maken.
- Middenstuk – cilindrische boring, het grootste deel van de fluit met de meeste kleppen.
- Voetstuk – Het onderste deel met enkele kleppen, waarmee ook de laagste tonen gespeeld worden.
De kleppen op de fluit openen en sluiten gaten in de buis, die elk - ook in combinatie met elkaar - een specifieke toon produceren.
Wat is het kopstuk?
Het kopstuk is het gedeelte van de fluit waarin je blaast en dat de lucht door trilling en luchtsplitsing omzet in geluid. Dit maakt dat een goed kopstuk voor een fluitist ontzettend belangrijk is! Voor beginnende jonge spelers zijn er gebogen kopstukken beschikbaar. Deze korten de totale lengte van de fluit iets in, waardoor jonge kinderen de dwarsfluit op een verantwoorde manier kunnen vasthouden en bespelen.
De lipplaat
De lipplaat is het dunne, platte stuk materiaal dat bijna aan het uiteinde op het kopstuk is bevestigd en waarop de speler de onderlip plaatst. Wanneer er op de juiste manier lucht door het mondgat geblazen wordt veroorzaakt dit door luchtsplitsing trillingen in de lucht binnenin de fluit, wat resulteert in geluid/toon. De vorm en het materiaal van de lipplaat beïnvloeden de klankkwaliteit en het speelgemak van de fluit.
De riser
De riser of schoorsteen verbindt de lipplaat met het kopstuk. Dit vormt het eerste punt van contact tussen de luchtstroom en de fluit, wat de geluidskwaliteit beïnvloedt.
Adler
Rainer Lafin ontwikkelde de zogenaamde ‘Adler’, genoemd naar de vleugels van deze vogel. Op de lipplaat zitten twee smalle, taps toelopende ‘verhogingen’. Deze ‘vleugels’ zorgen ervoor dat de klank iets helderder en dieper wordt. Ook Muramatsu biedt kopstukken met deze ‘wings’ aan en noemt het Tsubasa.
De kurk en kroon
Het kopstuk wordt afgesloten met een (stem)kurk. Bovenop de kurk wordt de kroon geschroefd. Deze is het zichtbare uiteinde van het kopstuk. De kurk zit dus in de buis. De positie van de kurk is belangrijk vanwege de intonatie en stemming van de fluit. De kroon kan ook van verschillende metalen gemaakt worden.
Metalen kopstukken
Net als het materiaal voor de body kennen we verzilverde, zilveren, vergulde en gouden kopstukken.
Verzilverd:
Het kopstuk is gemaakt van een legering van metalen met voornamelijk nikkel en wordt dan voorzien van een zilveren buitenlaag.
Zilver:
Het kopstuk is gemaakt van zilver. Omdat puur zilver te zacht is, wordt er meestal nog wat koper aan toegevoegd. Sterling zilver is het meest bekend, ook wel 925 zilver genoemd. Dit betekent dat 92,5% zilver is en de overige 7,5% koper. Er zijn tegenwoordig echter ook 958 (Brittania zilver) en 970 zilveren kopstukken op de markt. Dan is het percentage zilver dus iets hoger dan bij sterlingzilver.
Verguld:
Eigenlijk hetzelfde als verzilverd, alleen is de buitenlaag dan goud.
Goud:
Hier is de karaat-aanduiding van belang. 24 karaat is puur goud, 14 karaat is 58,33% goud en 18 karaat is 75% goud.
Het spreekt voor zich dat elk materiaal een andere klank voortbrengt. Edelmetalen zilver en goud geven een nog rijkere en warmere klank dan verzilverd of verguld.
Fluit- en kopstukkenbouwers combineren naar hartenlust met deze materialen. Zo zijn er verzilverde kopstukken met een zilveren lipplaat of riser, wat de klank ten goede komt. Grote kopstukkenbouwers zoals Lafin en Mancke maken ook zilveren kopstukken met gouden lipplaten, risers en crowns. De keus is tegenwoordig groot!
Houten kopstukken
Naast metalen kopstukken zijn er ook houten kopstukken beschikbaar, die meestal worden gebruikt op houten fluiten of piccolo's. Houten kopstukken geven een totaal ander kleurenpalet en een specifieke warmte aan het totale geluid van de dwarsfluit of piccolo. Tegenwoordig worden houten kopstukken ook op metalen fluiten gebruikt, zeker voor bepaald repertoire (Barok bijvoorbeeld). Een bekende houten kopstukkenbouwer is Mancke.
De houtsoort bepaalt de klankleur en karakteristieken. Vanwege de grote dichtheid en heldere, stabiele klank is de meest gebruikte houtsoort grenadille. Andere houtsoorten die gebruikt worden zijn cocus, mopane, palissander en kingwood.
Piccolo-kopstukken: reform of niet reform?
Bij Reform kopstukken is het hout rondom het mondgat geprofileerd. Dit geeft veel spelers een directere respons en gemakkelijkere articulatie op hun piccolo. Reform kopstukken staan ook wel bekend als profile of wave kopstukken. Standaard of gladde kopstukken hebben deze profilering niet.
Naast reform/glad zijn er ook kopstukken met een lipplaat. Het hangt van de speler af wat de voorkeur geniet.
De body van de dwarsfluit
De buis van de body kan op twee manieren gemaakt worden: van een bestaande buis of van een plaat. Wanneer de buis van een metalen plaat wordt gemaakt spreken we van een “seamed tube”. Seamed tube fluiten zijn duurder omdat het maken van deze fluiten erg arbeidsintensief is. De meeste fluiten worden op de traditionele manier gemaakt vanuit een bestaande buis.
Het materiaal van de body
De body (en het kopstuk) kunnen van verschillende materialen gemaakt worden. Bij de informatie over metalen kopstukken kwam dit al ter sprake. Verzilverd, zilver (in verschillende gradaties), verguld of goud (9, 10, 14, 18, 22 karaat). Des te meer zilver en/of goud er wordt gebruikt, des te duurder wordt het instrument. Ook hier worden combinaties gemaakt; zilveren body met verzilverd mechaniek of gouden body met zilveren mechaniek.
Het hangt vooral van speelniveau (en budget) af welk materiaal voor jou als fluitist het beste is. Voor beginnende fluitisten bijvoorbeeld zal een geheel zilveren fluit nog veel te ‘zwaar’ zijn en te veel weerstand hebben.
Boring
De boring is een van de belangrijkste factoren in de geluidskwaliteit en stemming van een instrument. De grootte, het taps toelopen en de vorm kunnen de toon "donker" of "warm" maken. Een met de hand gepolijste boring is nauwkeuriger gemaakt, wat een betere afstemming en een consistenter geluid geeft.
Heavy wall
Dit verwijst naar de dikte van de buis van de fluit en wordt ook wel een dikwandige fluit genoemd. Een dikwandige buis is meestal 0,45 mm (0,018"), ten opzichte van 0,40 mm (0,016") voor nikkelzilveren fluiten. Een heavy wall geeft meer weerstand, waardoor de fluit moeilijker te bespelen is. Daarentegen geeft het wel een vollere, rijkere klank en meer controle.
Wat is een toongat?
De toongaten zijn de gaten die in de body en voetstuk van de fluit zitten waarop de kleppen middels het mechaniek worden gemonteerd. Door de kleppen open en dicht te maken kun je de toonhoogte veranderen. Deze toongaten kunnen gesoldeerd of uit de buis getrokken worden.
Getrokken toongaten
Het grootste deel fluiten heeft getrokken toongaten: ze worden uit de buis 'getrokken' en er dus niet apart op gesoldeerd. Deze toongaten zijn dan ook iets dunner. Alle beginnersfluiten en step-up modellen hebben getrokken toongaten. Je herkent ze eenvoudig door de iets dikkere rand aan de bovenkant van het toongat. Ben je een gevorderde speler of professional, dan kun je kiezen uit getrokken of gesoldeerde toongaten. Het is een kwestie van proberen en testen om uit te vinden wat het beste bij je past.
Gesoldeerde toongaten
Gesoldeerde toongaten worden afzonderlijk gemaakt en op zijn plaats gesoldeerd. Omdat gesoldeerde toongaten dikker zijn dan getrokken toongaten het gewicht van de fluit toeneemt. Spelers die op zoek zijn naar een iets donkerder geluid en meer weerstand kiezen vaak voor een gesoldeerd toongatmodel. Vanwege de aanzienlijke tijd die nodig is om elk toongat met de hand te solderen, zijn gesoldeerde toongatmodellen duurder. Meestal komt men dan al bij de fluiten voor (zeer) gevorderde of professionele spelers uit.
Undercut toongaten
Dit betekent dat, waar de toongaten de buis raken, ze zijn afgeschuind om de lucht door het instrument te laten stromen met minder weerstand en een duidelijkere toon. Het kan ook een nauwkeurigere stemming veroorzaken.
Het mechaniek
Wanneer er over het mechaniek van een fluit gesproken wordt spreken mensen over de kleppen, assen, armen en posts. Het mechaniek wordt meestal bij de body gerekend.
Klep
De kleppen dekken de toongaten af. Door het afdekken van meer toongaten wordt de toon lager. Kleppen worden met een arm bevestigd aan een as die dan weer vastzitten met posts aan de buis van de fluit.
Open of gesloten kleppen?
Bij het uitzoeken van een fluit is een van de eerste keuzes die je hebt de keuze tussen open of gesloten kleppen. Bij open kleppen zijn vijf kleppen in het midden opengemaakt: twee kleppen voor de linkerhand en drie voor de rechterhand. Dat betekent dat je de klep met je vingertop goed moet afsluiten, anders zal de toon niet aanspreken. Het grote voordeel is dat je je vingers dus veel preciezer op de kleppen plaatst, wat de techniek bevordert. Daarnaast klinken fluiten met open kleppen ook ‘opener’ en hebben ze minder weerstand. De respons van open kleppen is vaak nog wat nauwkeuriger en soepeler dan dichte kleppen.
Het voordeel van gesloten kleppen is dat dit soort fluiten in het begin iets gemakkelijker te bespelen is, zeker als kinderen nog wat kleinere vingers hebben. Voor een fluit met open toongaten zijn echter dopjes te krijgen waarmee je deze kleppen kunt afsluiten. Veel fluitbouwers bieden tegenwoordig - ook voor de beginnende fluitist - fluiten met open kleppen aan.
Polsters
De kleppen dekken de toongaten af met polsters. Deze zitten onder de klep en zijn meestal gemaakt van vilt, waarover een dun vlies zit. Voor gesoldeerde toongaten zijn andere (dunnere) polsters nodig dan voor getrokken toongaten, omdat deze een dunne rand hebben in tegenstelling tot getrokken toongaten.
Tegenwoordig worden bij de handgemaakte en duurdere fluiten Straubinger of Pisoni S2 polsters gebruikt. Deze zijn zeer dun en het vilt is vervangen door zeer sterk synthetisch materiaal. Dat maakt deze polsters minder gevoelig voor verschillen in luchtvochtigheid en temperatuur. Echter, het aanbrengen en onderhouden van deze polsters is vakwerk en mag/kan alleen gedaan worden door gecertificeerde reparateurs (zoals bij Adams).
Arm
De arm is het stukje wat de klep met het mechaniek verbindt. Ze zitten helemaal in het midden van de kleppen (waar je je vingers niet oplegt). Pointed key-arms zijn het traditionele ontwerp van de klep, waarbij elegantie wordt gecombineerd met kracht. Pointed key-arms kunnen over het algemeen worden beschouwd als een goed teken van de bouwkwaliteit en sterkte van een instrument. Een andere naam is ‘French arms’.
Pinless mechanisme
De meeste standaardmechanismen gebruiken kleine pinnen om kleppen aan de assen te bevestigen, wat een toegangspunt kan zijn voor vocht in het mechanisme. Dit kan corrosie veroorzaken. Een pinless mechanisme vermindert de hoeveelheid vocht die het mechanisme kunnen binnendringen aanzienlijk, waardoor corrosie en vastzittende kleppen vrijwel niet meer voorkomt. Steeds meer merken gaan over naar dit mechanisme.
Cis triller
Veel handgemaakte fluiten voor gevorderde spelers zijn tegenwoordig verkrijgbaar met een cis-trillerklep. Dit is een extra klep die links naast de klep voor de wijsvinger van de rechterhand zit. Een cis-triller maakt een aantal trillers eenvoudiger (bijvoorbeeld c-cis en g3-a3), maar heeft meer voordelen in intonatie en techniek.
Het voetstuk
Het voetstuk is het achterste deel van een fluit en wordt vaak ook bij de body gerekend.
C- of B-voet?
Dwarsfluiten zijn verkrijgbaar met een C- of B-voet. Met de C-voet is de lage C de laagste noot die je kunt spelen op je dwarsfluit. Met een B-voetstuk vergroot je het bereik van de fluit tot de B. Dit is handig voor veel orkestmuziek en solostukken. Vanwege de extra lengte van het B-voetstuk is er ook iets meer materiaal dat kan gaan resoneren. Dat resulteert in een vollere toon. Daarnaast heeft een B-voet een positief effect op de intonatie van de fluit.
Net zoals de open kleppen worden beginnersfluiten steeds vaker aangeboden met C- of B-voet. In de prijs maakt dat, vergeleken met jaren geleden, bijna geen verschil meer. In de afbeelding zie je boven een B-voet en daaronder een C-voet
Systemen
Met een systeem wordt de plaatsing van de toongaten en de plaatsing van de kleppen bedoeld. Fluiten hebben maar één type, gebaseerd op het Böhm mechaniek. Er bestaan dus geen fluiten met een Duits mechaniek. Wel kunnen verschillende fluitenbouwers extra kleppen toevoegen of kleppen een klein beetje verplaatsen. Zo hebben veel fluitmerken een eigen ergonomie. Het Kingma mechaniek is hier een voorbeeld van.
Boehm systeem
Onmiddellijk voorafgaand aan de ontwikkeling van het Boehm-systeem werden fluiten meestal gemaakt van hout, met een inverse conische boring, acht toongaten die klein van formaat waren, en dus gemakkelijk bedekt konden worden met de vingertoppen.
Het werk van Boehm was geïnspireerd door een fluit van solist Charles Nicholson. Dit instrument met grote gaten had een hoger volume dan andere fluiten.
Naast grote gaten voorzag Boehm zijn fluit van "full venting", wat betekent dat alle kleppen open staan. Verder wilde Boehm toongaten plaatsen op akoestisch optimale punten op de body van het instrument, in plaats van plekken die makkelijk door de vingers van de speler worden afgedekt.
Om dit te bereiken, ontwierp Boehm een systeem waarbij de kleppen op een as waren gemonteerd en verbonden waren met ringen rondom andere toongaten. Hierdoor zorgde het sluiten van één toongat met een vinger er automatisch voor dat een tweede klep op een ander toongat ook werd gesloten.
Boehm ontdekte later dat een groter luchtvolume een sterkere en meer gedefinieerde toon produceert. Op dat moment besloot hij de conische boring door een cilindrische boring te vervangen. Hierbij ontdekte hij dat een optimale toon wordt geproduceerd wanneer de toongaten te groot waren om door de vingertoppen te worden bedekt. Daarom ontwikkelde hij een systeem van kleppen om de gaten te bedekken. Deze nieuwe fluiten waren aanvankelijk gemaakt van zilver, hoewel Boehm later houten versies produceerde.
De cilindrische Boehm-fluit werd geïntroduceerd in 1847, waarbij het instrument in de tweede helft van de 19e eeuw geleidelijk universeel werd aangenomen door professionele en amateurspelers in Europa en de rest van de wereld.
Kingma-systeem
Uitgevonden en gepatenteerd door Eva Kingma. Een Kingma-fluit werkt hetzelfde als een Boehm-fluit met een C#-triller. Alle normale toetsen en vingerzettingen zijn waar je ze zou verwachten. Wat deze dwarsfluit uniek maakt is dat er zes extra kleppen zijn.
Deze kleppen worden gebruikt om zes van de zeven kwarttonen en multifone openingen te produceren die het normale Franse fluitmodel niet heeft.
Ga voor meer informatie naar de website van Eva Kingma.
Brögger Mekanik
De Brögger Mekanik is een speciaal mechanisme ontworpen door Johan Brögger, een Deense fluitmaker. Het vervangt de traditionele pinnen die normaal in fluiten worden gebruikt.
De Brögger Mekanik gebruikt een systeem van bruggen en volledige achterverbindingen in plaats van traditionele pinnen. Dit maakt het mechanisme soepeler, stiller en vermindert slijtage, omdat er minder wrijving is tussen de bewegende delen.
Kortom: dit systeem zorgt voor een nauwkeurigere en duurzamere fluit die fijner speelt en minder onderhoud nodig heeft.


