Dialogues
03 März 2012
Het nieuwe album van Marjolein de Wit, dwarsfluit, en Jelger Blanken, piano
1
In the Half-Light | William Lloyd Webber (1914-1982)
2
Mulberry Cottage | William Lloyd Webber (1914-1982)
3
Pan et les Bergers (‘La Flûte de Pan’, Op. 15) | Jules Mouquet (1869-1946)
4
Romance | Arthur Honegger (1892-1955)
5
The Gardens of Eastwell | William Lloyd Webber (1914-1982)
6
Les Chemins de l’Amour | Francis Poulenc (1899-1963)
Deux Dialogues, Op. 114 (fluit solo) | Louis Durey (1888-1978)
7
Modéré
8
Animé
9
Au Foyer, Op. 145 | Alexander Gretchaninoff (1864-1956)
Uit: Suite pour flute et piano | Charles Marie Widor (1844-1937)
10
Romance
11
Scherzo
12
Idylle (‘Suite de Trois Morceaux’) | Benjamin Godard (1849-1895)
13
Cantabile | Georges Enesco (1881-1955)
14
Presto | Georges Enesco (1881-1955)
15
La Cage de Cristal | Jaques Ibert (1890-1962)
16
Forlane | Germaine Tailleferre (1892-1983)
Fantasistykker, Op. 2 | Carl Nielsen (1865-1931)
17
Romance
18
Humoresque
Het duurde opvallend lang voordat de dwarsfluit in Europa echt ingeburgerd raakte.
Tot 1700 was de flauto dolce, de blokfluit, het standaardinstrument tegenover de moeilijk bespeelbare flauto traverso, zoals de dwarsfluit toen genoemd werd. Uiteindelijk
raakte de dwarsfluit meer in zwang, omdat de toon ver droeg en goed mengde met andere instrumenten.
De echte doorbraak kwam in de 19e eeuw met het ingenieuze kleppensysteem van Theobald Boehm, waardoor het mogelijk werd om de fluit zeer virtuoos te bespelen.
In Frankrijk vond deze Boehmfluit een warm pleitbezorger in de persoon van Paul Taffanel (1844-1908). Jarenlang was hij docent fluit aan
het Parijse conservatorium en hij inspireerde talloze componisten tot het maken van composities voor fluit. Zo veroorzaakte hij een
stroom van Franse muziek voor fluit die tot ver in de 20e eeuw zou reiken.
Vaak vroeg Taffanel zijn mededocenten van het conservatorium om een virtuoos stuk voor fluit te schrijven dat hij voor de examens van zijn leerlingen kon gebruiken. Zo schreef Benjamin Godard in 1890 voor hem
zijn Suite de Trois Morceaux, waarvan Idylle het dromerige middendeel is.
In 1898 was het de beurt aan Charles Marie Widor, die toen bekend stond als één van de grootste organisten van zijn tijd. Hij schreef een vierdelige Suite voor fluit en piano. De Romance heeft een rustig voortgaande
beweging. Het Scherzo daarentegen is een watervlug, bijna ‘adembenemend’ stuk.
In 1904 maakte Georges Enesco het de leerlingen van Taffanel niet gemakkelijk met zijn uiterst virtuoze Cantabile et Presto. Aan het begin van de 20e eeuw was de fluit
geliefd bij een groep van zes vooruitstrevende componisten die zich in 1920 voor korte tijd verenigd hadden onder de naam Groupe des Six.
Eén van hen was Arthur Honegger. De Romance die hij in 1953 op het laatst van zijn leven schreef, is een melodieus kleinood, eenvoudig
van structuur en meditatief van karakter. De bekendste van de groep was Francis Poulenc. Hij was niet alleen klassiek componist, maar genoot
ook van het lichtere genre.
In 1940 schreef hij het lied Les chemins de l’Amour. Het is een echt Frans chanson, in een stijl die populair was in het Parijs tussen de beide Wereldoorlogen. Germaine Tailleferre was de enige vrouw uit het gezelschap. Haar Forlane stamt uit 1972,
toen zij al 80 jaar oud was, en is gebaseerd op een oude 18e-eeuwse dans. Heel subtiel weet de componiste barokke klanken en modern idioom
met elkaar te combineren. Van een heel andere orde zijn de Deux Dialogues uit 1974 van Louis Durey, het werk dat de cd zijn
titel heeft meegegeven. De titel doet vermoeden dat het gaat om een stuk voor fluit en piano, maar juist dit werk is het enige voor alleen fluit
op deze cd. Op heel subtiele wijze weet de componist met klankeffecten, melodievoering en frasering de suggestie te wekken dat het
gaat om een muzikale samenspraak, als een solistische dialoog.Jules Mouquet liet zich in zijn driedelige La Flûte
de Pan inspireren door de Griekse fluitpelende god Pan. Het eerste deel Pan et les Bergers is gebaseerd op een epigram van de beroemde
Griekse dichter Alcaeus van Messene waarin hij Pan oproept om te spelen en te zingen. La Cage de Cristal van Jacques Ibert is oorspronkelijk
voor piano geschreven. Zijn goede vriend en fluitist Marcel Moyse bewerkte het voor fluit en piano, waarbij de kristallijne melodie aan de fluit
is toebedeeld.Natuurlijk was het niet alleen in Frankrijk dat de fluit een belangrijke rol speelde in de muziek.
Zo schreef de Deense componist Carl Nielsen in 1889 twee prachtige karakterstukken onder de titel Fantasistykker. Hoewel ze
oorspronkelijk voor hobo waren bedoeld, zijn ze ook uistekend geschikt voor de heldere, ronde fluitklank. Alexander Gretchaninoff
is bekend om zijn Russische kerkmuziek, maar schreef ook symfonieën, opera’s en veel kamermuziek. In 1934, toen hij al lange tijd in
Amerika woonde, ontstonden zijn Miniaturen voor piano. Au foyer is daar één van, in een bewerking voor fluit en piano.
William Lloyd Webber, vader van de beroemde musicalcomponist Andrew, was vooral populair om zijn korte karakterstukken, geïnspireerd op
het landschap en de volksaard van Engeland. Mulbery Cottage verklankt de sfeer rondom een idyllisch Engels landhuisje. The Gardens
of Eastwell, zijn laatste compositie, geeft een impressie van het Engelse platteland in de late nazomer. Lloyd Webber is ook de componist
van In the Half-Light. Hij bedoelde het, zoals hij het zelf zei, als een ‘soliloquy’, een begrip uit de toneelwereld. Het is een speciale vorm van
monoloog, waarbij een personage, alleen op het toneel, zijn gedachten de vrije loop laat. Hij staat slechts half in het licht, verzonken in zijn eigen
mijmeringen. En zo begint de cd ‘Dialogues.


