Muziek is een universele taal
22 mei 2009
Adams Muziekcentrale in Ittervoort heeft deze week een speciale groep gasten. Percussionisten van over de hele wereld komen er bij elkaar om te repeteren.
Het is hier een paradijs”, zegt percussionist Svet Stoyanov uit de Verenigde Staten. „Nou ja bijna dan”, rapt een van de anderen. „We missen het zwembad nog.” Een groep van in totaal zes professionele slagwerkers gebruikt het magazijn van Muziekcentrale Adams in Ittervoort deze week als repetitieruimte. De muzikanten zijn bij elkaar gebracht voor een concert ter ere van de opening van een nieuw theater in het Italiaanse Bari.
„De muziekcentrale is eigenlijk de enige locatie waar de repetities mogelijk waren, omdat we hier alle instrumenten al hebben staan”, vertelt Adams-directeur Frans Swinkels. Met de Italiaan Filippo Lattanzi heeft hij de slagwerkers bij elkaar gebracht. „Als instrumentenfabrikant onderhouden wij contacten met muzikanten van over de hele wereld.Wij wisten dus wie we hiervoor het best konden benaderen.” Lattanzi vertelt dat hij al sinds september 2008 met het idee rondliep om een internationale percussiegroep op te richten. Toen hij hiervoor gevraagd werd door Fondazione Petruzelli in Bari was hij meteen enthousiast. „De stukken die we spelen, zijn speciaal voor de opening gecomponeerd door Emmanuel Séjournée en Steve Reich. Die zijn niet makkelijk. Iedere muzikant bespeelt verschillende instrumenten in een ander ritme. Iedereen werkt met zijn eigen metronoom om het ritme vast te kunnen houden."
De percussionisten gebruiken niet alleen bestaande instrumenten voor het slagwerkstuk. Hout, ijzer, folie en zelfs hun eigen lichaam gebruiken ze om geluid mee te produceren. „Als slagwerker ben je gewend om veel van instrument te wisselen”, zegt Lattanzi. De artiesten komen uit zes verschillende landen: Italië, Oostenrijk, Bulgarije, Verenigde Staten, Frankrijk en Japan. Toch blijken sommigen elkaar te kennen. Veel van hen hebben les gehad op de universiteit Yale in de Verenigde Staten. Ze kregen daar les van Robert Van Sice. Stoyanov kent één van zijn nieuwe collega’s nog uit die tijd. „Het is tien jaar geleden dat ik hem voor het laatst gezien had”, vertelt hij lachend.
Voor hem is het samen muziek maken met anderen een droom die uitkomt. „Het is geweldig om te spelen met mensen die voor hetzelfde gaan als jij, maar daarbij wel andere ideeën hebben.We leren veel van elkaar.”
De groep repeteert tot eind deze week in Ittervoort. Op de vraag of ze allemaal goed met elkaar op kunnen schieten, grappen ze: „Vraag het over een paar dagen nog maar een keer.” Voorlopig hebben ze geen tijd om daarover na te denken. De dagen zijn lang. „Vandaag repeteren we tot minstens tien uur vanavond”, vertelt Lattanzi. „Er is veel tijd gaan zitten in het opstellen van de instrumenten. Nu gaan we pas beginnen met het echte werk.”
Echte problemen voor de voorstelling worden er niet verwacht. Vooralsnog verloopt alles prima. Ook de taalbarrière vormt geen probleem. „Muziek is één taal. Het is universeel”, zegt Stoyanov. De rest van de groep kan dat alleen maar beamen.
Bron: Limburgs Dagblad / door Ester Mickers / foto: Stefan Koopmans






